Ontwikkelingsprocedures

1. Voorstudie van motor en transmissie (ontwikkeling en kenmerken).


2. Analyse van motor en transmissie parameters tijdens werking motor. 

3. Emissiewaarden 4. Aanbevolen vermogen en absoluut maximum vermogen 

5. Functionaliteit van motormanagementsysteem 

6. Veiligheidsvoorzieningen 

7. Kalibratie van het motormanagementsysteem  

8. Tweede analyse van motor en transmissie parameters tijdens werking motor 

9. Kenveldschetsing 

10. Kwalificatie 

11. Programmeertools 

12. Updates 


1. Voorstudie van motor en transmissie (ontwikkeling en kenmerken) Aan het begin van elk project bij BSR wordt er een voorstudie van de motor en de transmissie karakteristieken uitgevoerd. Dit deel van het project omvat een grondig onderzoek van de basisfuncties en eigenschappen van de auto, zodat alle items, die toekomstige tuning zouden kunnen verhinderen, opgespoord worden. Op basis van theoretische berekeningen in combinatie met praktische tests, evenals eerdere ervaringen van eerdere revisies van de motor, wordt een basis set van richtlijnen gegeven over de mogelijkheden voor extra vermogen.  Ook kan de keuze van brandstof injectoren, turbo, brandstofpompen enz. bepalen welk vermogen mogelijk realiseerbaar is. Voor elke transmissie opstelling houdt BSR rekening met de eigenschappen van het transmissie type, aangezien moderne transmissies beschikken over geavanceerde software diagnostiek en controle functies. Deze functies vragen de nodige aandacht, aangezien deze wezenlijk bijdragen tot duurzaamheid van de aandrijving en het rijcomfort. Wanneer een ombouwset wordt ontwikkeld voor een alternatief brandstoftype, wordt de voorstudie uitgebreid met materiaal analyse van elk onderdeel, dat in contact komt met het nieuwe type brandstof. Zo kan er voorspeld worden wat het volledig resultaat zal zijn. 


2. Analyse van motor en transmissie parameters tijdens werking motor Alle motor en transmissie parameters, welke wijzigingen ondergaan ten behoeve van een tuning, worden zorgvuldig geanalyseerd. Dit gebeurt zowel dynamisch als ook statisch. Dit deel van de ontwikkeling wordt uitgevoerd op zowel een vermogenbank als ook tijdens uitgebreide testritten onder verschillende rijomstandigheden. Alle parameters worden geregistreerd en geanalyseerd zoals uitlaatgas temperaturen, olie temperatuur, spruitstuk luchttemperaturen, tegendruk karakteristieken en algemene prestaties van elk motor onderdeel. Het is van het grootste belang dat de testruimte beschikt over alle noodzakelijke hard-en software instrumenten en eigenschappen die nodig zijn om alle mogelijke rijomstandigheden te kunnen simuleren. Bij BSR wordt "state of the art" apparatuur en wereldklasse software gebruikt. 


3. Emissiewaarden   Alle soorten brandstof gebruikt door de moderne verbrandingsmotoren zijn gebaseerd op drie belangrijke componenten. Koolstof (K), waterstof (W) en zuurstof (O). Deze drie elementen vormen de basis voor ieder brandstofmengsel, enkel de  proporties variëren per brandstoftype.  Een algemene beschrijving van de verbranding fase: Zuurstof + koolwaterstoffen => Kooldioxide + Water Bij ideale verbranding blijft er geen zuurstof over en wordt de verbranding aangeduid als stoichiometrisch. Gewoonlijk wordt de Griekse letter lambda (λ) gebruikt om dit te beschrijven waarbij λ = 1,0  een stoichiometrische verbranding impliceert. Verder beschrijft λ ook de eventuele zuurstof overschot en bij 10% overschot zien we λ = 1,1. Deze meetwaarde is van groot belang tijdens het ijken van de brandstofinstellingen van een motor aangezien het een directe feedback geeft over de basiseigenschappen van het brandstofmengsel. In het echte leven, is het verbrandingsproces zelden perfect, aangezien residu chemische samenstellingen altijd aanwezig zijn, zoals bvb. koolmonoxide, zuurstof en stikstofoxiden. Deze worden zorgvuldig gecontroleerd door de fabrikant van de motor en tijdens de ontwikkelingsfase bij BSR. Er worden maatregelen genomen om deze waarden te behouden of te verlagen. Een belangrijk aspect tijdens dit deel van de evaluatie is om te begrijpen dat een laag brandstofverbruik niet altijd betekent dat de emissiewaarden ook laag zijn. Bij het uitvoeren van een motortest verhoogd de temperatuur in de verbrandingskamer waardoor er toxische stikstoffen vrijkomen. In een oogopslag, zal de auto een lager brandstofverbruik tonen, maar een diepere analyse zal giftige uitlaatgassen onthullen, alsmede verhoogde thermische belasting van de motor die de duurzaamheid van de motor zal beïnvloeden. De term "ECO-tuning" wordt vaak gebruikt, maar dit heeft een negatieve bijwerking zoals hierboven vermeld. Bij de ontwikkeling van conversie kits, wordt een grondig onderzoek van de emissiewaarden uitgevoerd voor alle soorten brandstof en mengsels die gebruikt kunnen worden. 


4. Aanbevolen vermogen en absoluut maximum vermogen De resultaten van de analyse van motor en transmissie parameters tijdens de werking geeft een fundamenteel begrip van welk vermogen de motor aankan. Elk motor onderdeel is ontworpen om te werken binnen een bepaald bereik en belasting. BSR overschrijdt nooit de door de fabrikant aanbevolen belasting van alle motorcomponenten. Indien blijkt dat een onderdeel niet sterk genoeg is om de belasting te weerstaan wordt dit vervangen door een versterkt of geoptimaliseerd exemplaar. Dit is te zien in de tuning kits waar bvb. turbo's, brandstofinjectoren, uitlaatsystemen, enz. worden opgewaardeerd. 


5. Functionaliteit van motormanagementsysteem De volgende stap in de ontwikkelingsfase is het motormanagementsysteem in kaart te brengen en om tuning mogelijkheden te bepalen. Deze fase is zeer tijdrovend aangezien een modern motormanagementsysteem tal van functies heeft. Stuk voor stuk belangrijke aspecten van de motorsturing zoals betrouwbaarheid, rijgedrag, prestaties, het brandstofverbruik en milieuaspecten. 


6. Veiligheidsvoorzieningen Een optimale afstelling van het motor management systeem is zeer belangrijk om ervoor zorgen dat alle veiligheidsvoorzieningen zoals spincontrole en ESP (Electronic Stability Program) nog 100% werken na het tunen van de motor. Ook het antidiefstal systeem van het voertuig mag niet beïnvloed worden door de tuning en alle diagnostiek, service en onderhoud meldingen moeten blijven werken om ervoor te zorgen dat de auto het juiste onderhoud krijgt zoals bepaald door de constructeur. Voor auto's met een automatische transmissie moeten alle veiligheidsvoorzieningen blijven werken, zoals koppelregeling tijdens schakelwegen, enz. 


7. Kalibratie van het motormanagement systeem Nadat het motormanagementsysteem in kaart is gebracht kan de herkalibratiefase beginnen en vermogen en koppel stelselmatig worden opgedreven met inachtneming van de voorgeschreven normen van de fabrikant voor alle motoronderdelen. Tijdens deze fase worden alle motorparameters gemeten en opgeslagen tijdens de testen die plaatsvinden op een vermogenbank en op de weg.  Zo kan er rekening worden gehouden met niet enkel subjectieve indrukken maar ook de rijervaring (de gasrespons en motorgedrag). Teneinde zowel het rijgedrag als het comfort te kunnen optimaliseren wordt het motormanagementsysteem gekalibreerd en wordt er waar nodig in elke versnelling een individueel koppel ingesteld om maximale rijervaring en prestaties te verkrijgen zonder onnodige wielspin. 



8. Tweede analyse van motor en transmissie parameters tijdens werking motor Zodra de herkalibratie van het motormanagementsysteem is voltooid, wordt de analyse van de motor zoals beschreven in artikel 3. nogmaals uitgevoerd. Dit om ervoor te zorgen dat er geen onderdelen van de motor onder belasting buiten het aanbevolen bereik vallen. Deze analyse wordt wederom uitgevoerd zowel op de vermogenbank als ook tijdens wegtests. Alle gegevens van de motor worden nogmaals vastgelegd en geanalyseerd. 


9. Kenveldschetsing Zodra alle motorparameters tijdens werking zijn geanalyseerd en eventuele kleine correcties aan de kalibratie zijn voltooid, kan de karakterisering beginnen. Tijdens deze fase wordt het motorvermogen gemeten door gebruik van de Rototest VPA chassis dynamometer. Ook worden emissie- en acceleratietesten in verschillende versnellingen en snelheden uitgevoerd.  


10. Kwalificatie De kwalificatie procedure vereist dat verschillende auto's worden onderworpen aan langdurige proeven terwijl er wordt gereden onder diverse omstandigheden, belastingen en rijstijlen. Alle testresultaten worden gecontroleerd, geregistreerd en geëvalueerd. 


11. Programmeertools Tijdens deze fase worden tools voor het programmeren van auto’s ontwikkeld. De meeste  auto’s worden geprogrammeerd met het BSR PPC toestel, maar in sommige gevallen is seriële communicatie met een computer vereist. 


12. Updates Aangezien er van elk voertuig verschillende updates komen, zullen autofabrikanten regelmatig bijgewerkte softwarepakketten aanbieden. Deze bijgewerkte software pakketten worden geanalyseerd door BSR en worden aangeboden aan onze klanten wanneer de autofabrikanten ze beginnen te verdelen. Regelmatig bieden de autofabrikanten bijgewerkte softwarepakketten aan (updates) voor bestaande voortuigen. Deze updates worden door BSR geanalyseerd en waar nodig bijgewerkt en aangeboden aan onze klanten.

sluiten
sluiten